Balbeheersing en techniek jeugdvoetbal

Hoe train je het zwakke been bij jeugdspelers zonder frustratie

Femke de Vries Femke de Vries
· · 6 min leestijd

Stel je voor: je staat op de bank, je zoon of dochter speelt aanval en heeft de bal perfect in het richting.

Inhoudsopgave
  1. Waarom het zwakke been echt een probleem is
  2. Het geheim: geen druk, maar plezier
  3. De drie fasen van het trainen van het zwakke been
  4. Wat coaches en ouders moeten onthouden
  5. Hulpmiddelen en technieken die helpen
  6. Het eindresultaat: een complete speler

De verdediger drukt, de ruimte is krap, en wat doet de speler? Hij schuift de bal naar rechts, naar zijn sterke been, en de kans is weg. Geen wonder.

Het zwakke been voelt als een vreemd voorwerp. Maar wat als je dat gevoel kunt ombuigen? Wat als het zwakke been niet langer een beperking is, maar juist een wapen? Dat is precies waar dit artikel over gaat. En het mooie? Het hoeft geen martelgang te zijn.

Waarom het zwakke been echt een probleem is

Laten we eerlijk zijn: bijna elke jeugdspeler heeft een zwakker been. Vaak is dat de linkerbeen bij rechtse spelers, maar het kan ook andersom.

Het verschil is soms enorm. Onderzoek uit het Journal of Sports Science & Medicine uit 2018 laat zien dat spelers met een duidelijk zwakker been gemiddeld 15 tot 20 procent minder vaak een schot op doel plaatsen dan spelers die met beide voeten even goed kunnen schieten. Dat is geen detail.

Dat is een kans die je laat liggen. Maar het gaat verder dan cijfers.

Een speler die alleen met één been kan spelen, is voorspelbaar. Verdedigers leren snel dat ze hem naar één kant kunnen dwingen. En dat leidt tot frustratie.

Niet alleen bij de speler zelf, maar ook bij de coach en de ouders. De boodschap is duidelijk: wie met beide voeten kan spelen, heeft meer kansen. Op het veld én in de selectie.

Het geheim: geen druk, maar plezier

De grootste fout die coaches maken? Ze dwingen spelers om met het zwakke been te schieten in een wedstrijd, zonder dat de speler er klaar voor is.

Dat is als iemand dwingen om een presentatie te geven in een taal die hij net leert.

Het resultaat is angst, fouten en een nog groter wantrouwen in het zwakke been. De oplossing is simpel: maak het een spel. Geen oefening met straf als het mislukt, maar een uitdaging waar de speler enthousiast van wordt.

Denk aan spelletjes waarbij je alleen met het zwakke been mag scoren. Of een wedstrijdje waarbij een doelpunt met het zwakke been telt als twee. Het idee is dat de speler het zwakke been gaat associëren met plezier, niet met stress.

De drie fasen van het trainen van het zwakke been

Fase 1: Balgevoel opbouwen

Voordat je aan dribbelen of schieten denkt, moet de speler eerst een band opbouwen met de bal via het zwakke been. Begin simpel.

Laat de speler de bal tussen zijn voeten heen en weer trommelen. Niet te snel, niet te lang. Vijftien tot twintig minuten per training is meer dan genoeg. Het gaat om kwaliteit, niet om kwantiteit.

Een goede oefening: leg de bal op de grond en laat de speler hem alleen met de binnenkant van het zwakke been aanraken. Niet schieten, niet dribbelen, gewoon aanraken.

Fase 2: Vaardigheden in isolatie

Alsof hij de bal voor het eerst voelt. Dit klinkt saai, maar het werkt.

Na een paar weken merkt de speler dat de bal niet meer “vreemd” aanvoelt. Nu wordt het interessant. Tijd om echt te werken aan dribbelen, passen en schieten.

Maar doe het in een veilige omgeving. Geen tegenstanders, geen druk.

Bijvoorbeeld: zet een rij piketjes op en laat de speler erdoorheen dribbelen, alleen met het zwakke been. Of laat hem tegen een muur passen en de bal terugvangen, steeds met het zwakke been. Belangrijk: begin dicht bij het doel als het om schieten gaat.

Fase 3: Integratie in het spel

Een meter of vijf is prima. Het doel is niet om een prachtig schot te maken, maar om het gevoel te krijgen dat het lukt.

Naarmate de speler beter wordt, vergroot je de afstand. Stapje voor stapje. Dit is de fase waar het echt telt.

Nu ga je de vaardigheden toepassen in spelvormen. Begin met kleine wedstrijden, zoals drie tegen drie of vier tegen vier.

Kleiner veld, meer balcontact, meer kansen om het zwakke been te gebruiken. En hier geldt de gouden regel: beloon het gebruik van het zwakke been, ook als het niet perfect is. Stel je voor: een speler probeert een pass met het zwakke been, maar de pass is niet perfect. In plaats van te zeggen “niet goed”, zeg je: “Goed geprobeerd! Volgende keer iets harder.” Die ene zin maakt het verschil tussen een speler die blijft proberen en een speler die opgeeft. Vergeet niet dat bij deze acties ritme en timing belangrijker zijn dan kracht.

Wat coaches en ouders moeten onthouden

Allereerst: wees geduldig. Het verbeteren van het zwakke been is geen sprint, het is een marathon. Reken op zes tot twaalf maanden consistente training voordat je echt resultaat ziet.

En ja, dat is lang. Maar het alternatief is erger: een speler die nooit leert om met beide voeten te spelen.

Ten tweede: focus op de inspanning, niet op het resultaat. Een speler die vijf keer probeert om een pass te geven met het zwakke been, verdient meer complimenten dan een speler die één perfecte pass geeft met zijn sterke been.

Waar je aandacht op gaat, groeit. En tot slot: maak het persoonlijk. Elke speler is anders.

Sommige spelers hebben meer moeite met balcontrole, anderen met schieten. Luister naar de speler, observeer wat hem hindert, en leer hem gericht een hakbal aan als hij daar klaar voor is.

Er is geen standaardformule. Er is alleen maar aandacht.

Hulpmiddelen en technieken die helpen

Er zijn genoeg tools die je kunt gebruiken om het proces te ondersteunen.

Video-analyse is er een van de meest effectieve. Neem een fragment van een training op en laat de speler zien wanneer hij het zwakke been gebruikt en wanneer niet. Vaak ziet de speler zelf dingen die jij als coach mist.

Apps zoals Nike Training Club bieden ook specifieke oefeningen voor voetbalvaardigheden, waaronder balcontrole en coördinatie. Het is daarbij essentieel om te begrijpen wat het verschil is tussen techniek en vaardigheid. En laten we het hebben over uitrusting: een goede bal in de juiste maat maakt echt verschil.

Voor spelers onder de twaalf is een size 4-bal ideaal, voor jongere spelers zelfs size 3.

Een te grote bal maakt het lastiger om techniek te ontwikkelen.

Het eindresultaat: een complete speler

Het doel is niet om elke jeugdspeler te veranderen in een tweesporig wonder.

Dat is onrealistisch en onnodig. Het doel is om spelers zelfvertrouwen te geven in hun zwakke been, zodat ze het durven gebruiken wanneer het er toe doet. En dat maakt het verschil tussen een speler die beperkt is en een speler die volledig is. Dus de volgende keer dat je op de bank staat en je speler weer die bal naar zijn sterke been schuift, weet je wat je kunt doen.

Niet met druk, niet met kritiek, maar met plezier, geduld en een plan. Want het zwakke been is geen vijand. Het is een kans die wacht om benut te worden.


Femke de Vries
Femke de Vries
Jeugdvoetbal coach en sport pedagoog

Femke is een ervaren coach, gepassioneerd over jeugdvoetbal en sportieve ontwikkeling.

Meer over Balbeheersing en techniek jeugdvoetbal

Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Balbeheersing leren op jonge leeftijd: waarom het de basis is van alles
Lees verder →