Positiespel en tactische basisontwikkeling

Hoe praat je na een wedstrijd met een kind over zijn positiespel

Femke de Vries Femke de Vries
· · 5 min leestijd

Je staat langs de lijn. Je kind komt van het veld, zweet, stofjes op de knieën, en je hart klopt alvast.

Inhoudsopgave
  1. Begin niet met “Hoe was het?”
  2. Luister écht — ook als het pijn doet
  3. Praat niet alleen met je kind — praat ook met de coach
  4. Enthousiasme is aanstekelijk — ook als het moeilijk gaat

Niet van inspanning, maar van onzekerheid. Want hoe begin je het gesprek?

Wat zeg je als je kind op de bank zat terwijl anderen scoorden? Of juist wél scoorde, maar niet op de plek waar hij of zij wilde staan? Positiespel bij jeugdvoetbal is een gevoelig onderwerp.

Niet alleen voor kinderen, maar zeker ook voor ouders. Want laten we eerlijk zijn: we willen allemaal dat ons kind speelt, scoort, en zich thuis voelt op het veld.

Maar wat als dat niet lukt? Wat als je kind altijd op de bank zit, of op een positie speelt die hij of zij niet kiest? Dan draait het gesprek na afloop niet om de uitslag. Het draaft om iets veel belangrijkers: hoe je als ouder je kind steunt zonder druk te zetten.

Hoe je luistert zonder te oordelen. En hoe je helpt zonder te willen fixen.

Begin niet met “Hoe was het?”

Die vraag klinkt onschuldig, maar is eigenlijk een valkuil. Want wat antwoordt je kind dan? “Goed.” En daar zit je dan. Gesloten. Gesprek voorbij.

In plaats daarvan: wees specifiek. Niet “Hoe vond je het spelen?”, maar “Ik zag dat je in de tweede helft veel naar links liep — vond je dat fijn?” of “Je had die bal echt kunnen nemen, maar je gaf hem door. Waarom koos je voor die pass?” Zo laat je zien dat je écht keek.

Dat je niet alleen aanwezig was, maar ook aandacht had voor wat er gebeurde. En dat opent de deur voor een echt gesprek.

Vraag naar gevoel, niet naar prestatie

“Heb je gescoord?” is de meest voorkomende vraag langs de lijn. En ja, het is begrijpelijk.

Maar het zegt eigenlijk: “Je waarde hangt af van je doelpunten.” Probeer het andersom te doen. Vraag: “Waar voelde je je goed bij vandaag?” of “Wat vond je leuk aan het spelen?” of zelfs: “Was er iets dat je frustrerde?”

Zo leer je kind dat het niet alleen om resultaat gaat. Het gaat om groei, plezier, en het durven proberen. En dat is precies wat positiespel echt draaiende houdt.

Luister écht — ook als het pijn doet

Soms zegt je kind: “Ik wil niet meer als verdediger spelen.” Of: “Ik zat weer op de bank.” En dan wil je meteen reageren met “Maar je bent zo goed in verdedigen!” of “De coach weet wel wat hij doet.”

Stop. Adem in. Luister eerst. Zeg iets als: “Dat klinkt als frustratie.

Vertel me er meer over.” Of: “Ik hoor dat je je niet lekker voelde. Wat had je anders gewild?” Je hoeft het niet eens te zijn. Je hoeft het probleem niet op te lossen.

Maar door te laten merken dat je hun gevoel serieus neemt, bouw je vertrouwen.

Geen oordelen, wel erkenning

En dat is de basis voor alles — op het veld én daarbuiten. Als je kind zegt: “Ik speelde vandaag als middenvelder bij 7-tegen-7 voetbal, maar ik wilde toch graag aanvaller zijn,” dan is de verleiding groot om te zeggen: “Nou, misschien moet je maar beter gaan trainen.” Maar wat je eigenlijk zegt is: “Jouw wens is niet belangrijk genoeg.”

In plaats daarvan: erken de wens. Zeg: “Ik snap dat je graag aanvaller wilt spelen. Dat is duidelijk. Wat denk je dat je nodig hebt om daar te komen?” Zo help je je kind nadenken over groei, in plaats van het geven van een oordeel over waarde.

Praat niet alleen met je kind — praat ook met de coach

Maar doe het op de juiste manier. Niet na afloop van de wedstrijd, als emoties hoog oplopen.

Niet via een app-groep met andere ouders. Maar rustig, privé, en met een open houding.

Zeg bijvoorbeeld: “Ik merk dat mijn kind graag op een andere positie speelt. Kunnen we daar eens over praten?” Of: “Hoe kijkt u naar de ontwikkeling van mijn kind op dit moment?” Coaches waarderen ouders die betrokken zijn — zolang het gaat om het welzijn van het kind, niet om eigen ambities.

Wees een teamspeler, geen tegenstander

En soms heeft de coach gewoon een andere blik. Misschien ziet hij iets wat jij niet ziet.

Of misschien heeft je kind juist een kans die jij over het hoofd ziet. De relatie tussen ouder en coach is geen strijd. Het is een samenwerking. En als je die samenwerking opbouwt met respect en openheid, profiteert je kind er het meest van.

Geen drama. Geen achterklap. Geen “ik ga wel even bellen met de voorzitter.” Gewoon een gesprek. Mens tot mens.

Enthousiasme is aanstekelijk — ook als het moeilijk gaat

Laat je kind zien dat je trots bent — niet op de uitslag, maar op de inzet. Op de manier waarop hij of zij omging met tegenslag.

Op de pass die lukte, ook al was het geen doelpunt. Zeg dingen als: “Ik zag dat je bleef vechten, ook toen het 2-0 was.” Of “Je had die bal kunnen geven aan een teamgenoot, maar je koos voor jezelf. Dat durf!”

Want uiteindelijk draait positiespel niet om de plek op het veld. Het draait om het leren omgaan met keuzes, met frustratie, met samenwerken. En die lessen gaan verder dan voetbal alleen.

Dus de volgende keer dat je langs de lijn staat, en je kind van het veld komt — ongeacht de score — denk dan aan dit: je bent niet alleen ouder. Je bent coach, supporter, en veilige haven. Tegelijk. En dat begint bij leren communiceren op het veld: luisteren.


Femke de Vries
Femke de Vries
Jeugdvoetbal coach en sport pedagoog

Femke is een ervaren coach, gepassioneerd over jeugdvoetbal en sportieve ontwikkeling.

Meer over Positiespel en tactische basisontwikkeling

Bekijk alle 30 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat betekent positiespel bij jeugdvoetbal en waarom leer je dat vroeg
Lees verder →