Rol van ouders en coaches jeugdvoetbal

Hoe praat je met je kind na een verlies zonder het te ontmoedigen

Femke de Vries Femke de Vries
· · 4 min leestijd

Je oma is overleden. Of de hond is weg.

Inhoudsopgave
  1. Waarom kinderen écht willen praten (ook al zeggen ze van niet)
  2. Wat je absoluut niet moet zeggen (ook al klinkt het lief)
  3. Hoe blijf je open zonder ze te overweldigen?
  4. Je mag zelf ook verdrietig zijn

Of papa en mama gaan uit elkaar en het huis waar je kind zich zo veilig voelt, bestaat niet meer. En jij staat daar, met een knoop in je keel, en denk: wat zeg ik nou? Want je wilt het niet verpesten.

Je wilt niet dat je kind nog meer pijn voelt dan het al doet. Dus zeg je niks.

Of je zegt precies het verkeerde. Of je probeert het mooi te praten, alsof verdriet maar een fase is die voorbijgaat als je maar hard genoeg glimlacht.

Luister: je hoeft het niet perfect te doen. Maar je moet

En als jij het woord niet aanzwengelt, vult hun hoofd het zelf in. Meestal met dingen die erger zijn dan de waarheid.

Waarom kinderen écht willen praten (ook al zeggen ze van niet)

Veel ouders denken: “Mijn kind is nog klein, het begrijpt het niet.” Maar onderzoek van de Universiteit van Amsterdam uit 2022 laat zien dat kinderen vanaf hun vierde al een basaal begrip hebben van de dood — en dat ze daar actief mee worstelen, ook als ze er niet over praten.

Ze merken dat er iemand mist. Ze zien dat jij verdrietig bent.

En ze maken zich zorgen dat jij ook weg kunt. Dus nee, je kind is niet “te jong om het te snappen”. Het is alleen te jong om het zelf te verwoorden. Dat is jouw taak.

Je hoeft geen speech te houden. Begin gewoon met: “Ik weet dat je oma er niet meer is.

Begin met één simpel woord: erken het

En dat is heel verdrietig.” Of: “Onze hond is doed. Ik vind het ook moeilijk.” Geen omwegen. Geen “ze is nu op een mooie plek” of “het komt goed”.

Gewoon de waarheid, zacht en duidelijk. Kinderen hebben geen behoefte aan poëzie.

Ze hebben behoefte aan herkenbaarheid. Als jij zegt wat zij voelen, voelen ze zich gezien.

En dat is het begin van heling.

Wat je absoluut niet moet zeggen (ook al klinkt het lief)

We doen het allemaal wel. We proberen het licht te houden.

  • “Je moet sterk zijn.”
  • “Het had niet anders kunnen.”
  • “Je hebt nog zoveel reden om blij te zijn.”

We zeggen dingen als: Klinkt misschien geruststellend, maar voor een kind voelt het als: “Mag ik niet verdrietig zijn?” Of: “Is mijn pijn niet belangrijk genoeg?” Als je kind zich niet goed genoeg voelt, hoeft verdriet niet “redelijk” te zijn.

Het hoeft niet “logisch” te zijn. Het hoeft gewoon te mogen.

Vraag, niet vertel

En jij bent degene die dat mag maken. In plaats van uitleggen hoe het zit, vraag hoe zij het zien. “Wat mis je het meest aan opa?” of “Wat denk je dat er nu met de kat gebeurt?” Kinderen hebben vaak eigen, bijna poëtische theorieën over wat er na de dood gebeurt. Luister daar echt naar. Niet om te corrigeren, maar om te begrijpen wat er in hen leeft.

En als ze zeggen: “Ik weet niet”, dan is dat ook oké. Zeg dan: “Dat is goed ook. Ik weet het ook niet altijd.”

Hoe blijf je open zonder ze te overweldigen?

Je hoeft niet alles in één gesprek te doen. Sterker nog: je moet het niet doen.

Verdriet is geen checklist. Het komt in golven. Soms speelt je kind vrolijk, en een uur later barst het uit. Dat is normaal. Maak een gewoonte van kleine momenten. Tijdens het tafelen. In de auto. Voor het slapengaan.

Zeg gewoon: “Als je ooit wilt praten over opa, ben ik er. Ook als het midden in de nacht is.” En bedoel het ook.

Organisaties als Kindertelefoon en Stichting Rouwcentrum

Gebruik boeken als brug

Gewoon een luisterend oor. Soms is het makkelijker om niet direct over jouw verlies te praten, maar over een personage in een boek. Titel als De dag na het afscheid (van Gie van Bree) of Er is meer dan je ziet (van Marjolijn Hof) zijn prachtig geschreven, eerlijk, en precies op het niveau van een kind. Lees ze samen.

En als je kind stil wordt, wacht dan. Laat de stilte werken.

Je mag zelf ook verdrietig zijn

Dit is misschien het belangrijkste: je hoeft niet sterk te doen. Niet voor je kind. Niet voor jezelf, ook niet als je je afvraagt wat je als ouder langs de lijn mag zeggen.

Als je huilt, zegt je kind: “Oh, het is dus echt erg. En dat mag.” Dat is geen zwakte. Dat is moed. Je bent geen rots.

Je bent een mens die iets kwijt is. En dat is precies wat je kind nodig heeft: iemand die laat zien dat verdriet geen einde is, ook niet als je kind wil stoppen met voetbal, maar een deel van het leven.

Dat je erdoorheen gaat, niet erbovenuit. Dus nee, je kunt het niet “goed” doen. Maar je kunt het écht doen. Met aandacht. Met eerlijkheid. Met ruimte. En dat is meer dan genoeg.


Femke de Vries
Femke de Vries
Jeugdvoetbal coach en sport pedagoog

Femke is een ervaren coach, gepassioneerd over jeugdvoetbal en sportieve ontwikkeling.

Meer over Rol van ouders en coaches jeugdvoetbal

Bekijk alle 26 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →