Keeperstraining voor jonge keepers

Waarom jonge keepers ook techniek met de voet moeten trainen

Femke de Vries Femke de Vries
· · 4 min leestijd

Stel je voor: je staat in de keeperstraining, de bal vliegt naar je, je pakt hem netjes — en dan?

Inhoudsopgave
  1. De rol van de keeper is veranderd
  2. Wat zegt de praktijk?
  3. Waarom veel jonge keepers het nog niet doen
  4. Het voordeel op de snelste manier opbouwen
  5. Conclusie: train compleet, word compleet

Dan moet je hem weer ergen hebben. Misschien met een scoot, misschien een korte pass naar een verdediger, misschien een lange bal naar de aanval.

En precies daar gaat het mis bij veel jonge keepers. Ze trainen hun handen, hun sprongen, hun reflexen — maar hun voeten? Die blijven onderbenut. Terwijl dat juist het verschil kan maken tussen een goede keeper en een echt complete keeper.

De rol van de keeper is veranderd

Vroeger was een keeper gewoon de man die op de lijn stond en bal vangen. Punt uit. Maar tegenwoordig is dat een stuk ingewikkelder geworden.

Denk aan keepers als Manuel Neuer, Alisson Becker of Ederson. Die spelen bijna als een extra verdediger. Ze nemen de bal aan, lezen het spel, en starten aanvallen met nauwkeurige passes.

Dat noemen we een sweeper-keeper, en dat concept is niet meer weg te denken uit modern voetbal.

Clubs op het hoogste niveau verwachten van hun keepers dat ze comfortabel omgaan met de bal aan de voet. En dat begint niet pas bij de A-selectie. Het begint bij de jeugd.

Jonge keepers die nu al leren omgaan met de bal aan de voet, hebben later een enorm voordeel. Niet alleen op het hoogste niveau, maar ook gewoon in hun eigen team op zaterdagmiddag.

Wat zegt de praktijk?

Kijk naar de jeugdopleidingen van grote clubs. Bij Ajax, bij FC Barcelona, bij Manchester City — overal wordt er serieus getraind op voetbalvaardigheden bij keepers.

Niet als extraatje, maar als vast onderdeel van de training. Keepers doen oefeningen waarbij ze de bal tussen de voeten houden, sluiten met een korte pass onder druk, en lange balen spelen naar een doelspeler. En het werkt.

Uit onderzoek van de KNVB blijkt dat keepers die meer trainen op techniek met de voet, sneller beslissingen nemen en minder fouten maken bij het afspelen. Dit onderstreept waarom keeperstraining anders is dan veldspelerstraining bij de jeugd.

Dat is geen verrassing — wie vaker oefent, wordt er gewoon beter in. Maar het feit dat dit nog steeds niet overal standaard is in de keeperstraining, is wel opvallend. In de Premier League maakt een keeper tegenwoordig gemiddeld 25 tot 30 passes per wedstrijd. In de Eredivisie zit dat vergelijkbaar.

De cijfers die ertoe doen

Van die passes zijn er vaak 10 tot 15 korte passes naar verdedigers, en de rest zijn langere balen of afspelen vanuit de hand die eindigen bij een voetballer. Kortom: de keeper raakt de bal met de voet vaker dan je denkt.

En elke keer dat hij dat doet, is er kans op een fout. Tenzij hij het geoefend heeft.

Waarom veel jonge keepers het nog niet doen

Het grootste probleem? Veel trainers focussen zich op de klassieke keepersvaardigheden.

En terecht, hoor — je moet kunnen vangen, springen en positiespelen. Maar als je alleen dat traint, laat je een belangrijk deel van de ontwikkeling liggen. Het is alsof je een auto bouwt met alleen een motor, maar zonder stuur.

Daarom is het belangrijk dat trainers — en keepers zelf — ook tijd besteden aan voetbaltechniek.

  • Korte passes geven en ontvangen onder druk
  • Spelhervattingen na een terugspeelbal
  • Langere balen spelen naar een beweegbare doelman of spits
  • Balbeheersing in beweging, bijvoorbeeld bij een hoge bal die terugkomt

Denk aan oefeningen zoals: Deze oefeningen hoeven niet lang te zijn. Zelfs 10 tot 15 minuten extra per training kan al een groot verschil maken.

Vooral als je het consequent doet, week na week. Er zijn gelukkig steeds meer initiatieven die dit onderdeel serieus nemen.

Voetbalschool Total Control en First Eleven wijzen de weg

Voetbalschool Total Control bijvoorbeeld, richt zich specifiek op keeperstraining en laat in hun visie zien wat een keeperstrainer anders doet dan een jeugdcoach, waarbij ze het belang van complete ontwikkeling benadrukken.

Ook platforms als First Eleven benadrukken dat techniektraining de basis is van goed voetbal — ook voor keepers. Ze laten zien dat balbeheersing, controle en slimme bewegingen niet alleen voor veldspelers zijn.

Het voordeel op de snelste manier opbouwen

De beste leeftijd om te beginnen met voetbaltechniek als keeper? Zo vroeg mogelijk. Tussen de 8 en 12 jaar ontwikkelen kinderen het snelste nieuwe motorische vaardigheden.

Als je dan al oefent met passes geven, balbeersing en spelinzicht, zit dat later in de vlees en de botten.

En het mooie is: het maakt het ook leuker. Keepers die meedoen met het spel, die actief betrokken zijn bij de opbouw, voelen zich meer verbonden met het team. Dus als je een jonge keeper bent, of als je er een traint: vergeet de voeten niet.

Want de moderne keeper is meer dan een man op de lijn. Hij fungeert als de rol van de keeper als laatste verdediger, is de start van de aanval, en vaak het rustpunt in het spel. En daarvoor heb je meer nodig dan alleen goede handen.

Conclusie: train compleet, word compleet

De boodschap is simpel: een keeper die ook technisch sterk is met de voet, is een veel waardevoller speler.

Het maakt je team beter, het maakt het spel leuker, en het bereidt je voor op het hoogste niveau. Dus of je nu 10 bent of 18, of je nu traint of wordt getraind — zorg ervoor dat de voeten meedoen. Want in het moderne voetbal sta je niet alleen op de lijn. Je speelt mee.


Femke de Vries
Femke de Vries
Jeugdvoetbal coach en sport pedagoog

Femke is een ervaren coach, gepassioneerd over jeugdvoetbal en sportieve ontwikkeling.

Meer over Keeperstraining voor jonge keepers

Bekijk alle 22 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wanneer is een kind klaar om keeper te worden bij jeugdvoetbal
Lees verder →